WINTERSYMPOSIUM 2012 

Grootschalig rekenen
en Rekenen in de Gezondheidszorg


Programma

09.30 – 10.00  Ontvangst met koffie en thee

10.00 – 11.00  Herman te Riele, CWI

Herman te Riele, onderzoeker bij het Centrum Wiskunde & Informatica, studeerde in 1970 in Delft af in mathematical engineering. Eveneens in 1970 ging hij bij het CWI (voorheen Mathematisch Centrum) werken. Hij deed daar ook het onderzoek voor zijn promotie. In januari 1976 promoveerde hij bij de UvA in wiskunde en fysica op A theoretical and computational study of generalized aliquot sequences. Twee van zijn onderzoeksgebieden zijn `factorization of large numbers' en `computational aspects of number-theoretical problems' (onder meer de Riemann hypothese).
Herman heeft een indrukwekkende lijst publicaties op zijn naam staan. Een van zijn vele activiteiten binnen de wiskunde wereld was het voorzitterschap van het Organisatie Comité van het 37ste Nederlands Mathematisch Congres in Amsterdam, Vrije Universiteit (april 19-20, 2001). Als bestuurslid van het Koninklijk Wiskundig Genootschap is hij Inspecteur van de Boekerij, zie ook zijn artikel over de Boekerij in het Nieuw Archief voor Wiskunde 5/11 nr. 1, maart 2010.
Zie ook zijn homepage.

Grootschalig rekenen in de getaltheorie

De getaltheorie kent bekende onbewezen beweringen, zoals het vermoeden van Goldbach (elk even getal > 2 kan geschreven worden als de som van twee priemgetallen), en de Riemann hypothese (alle complexe nulpunten van de Riemann zeta functie &zeta(s) liggen op de lijn Re(s)=1/2). Er is een tijd geweest dat wiskundigen zoals G.H. Hardy (1877-1947) minachtend neerkeken op hen die aan dit soort problemen gingen rekenen (in Hardy's tijd met potlood en papier) met het doel om meer inzicht te krijgen en daardoor misschien een stap in de richting van een bewijs of een weerlegging ervan te kunnen zetten. Een andere wiskundige heeft eens het systematisch met een computer zoeken van alle oplossingen van een bepaald probleem vergeleken met het droogleggen van een vijver teneinde daaruit vervolgens alle vissen op te kunnen scheppen. Niettemin is met de komst van steeds snellere computers die enorm veel saai rekenwerk uit handen kunnen nemen het vakgebied van de "Computationele getaltheorie" ontstaan. Hierin wordt geprobeerd om algoritmen voor allerlei problemen uit de getaltheorie te vinden en/of te verbeteren en met behulp hiervan onze kennis van deze problemen te vergroten. Tegenwoordig worden hierbij allerlei soorten en maten van computers van allerlei prijsklassen ingezet. In deze voordracht zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden, inclusief toepassingen in de cryptografie, deze ontwikkelingen illustreren.

11.00 – 11.30  Pauze met koffie en thee

11.30 – 12.30  Richard Boucherie, Universiteit Twente

Richard Boucherie, hoogleraar aan de Universiteit Twente, studeerde in 1988 af in wiskunde (stochastic operations research) en theoretische natuurkunde (statistical physics) aan de Universiteit Leiden. Hij promoveerde in 1992 in econometrie op Product-form in queueing networks bij de VU, Amsterdam. Na drie Post docs (INRIA Sophia Antipolis, CWI Amsterdam, en Universiteit van Amsterdam) werkt hij sinds 2000 aan de afdeling Applied Mathematics van de UT. In 2003 werd hij benoemd tot hoogleraar Stochastic Operations Research aan de UT. Zijn onderzoek richt zich op `queueing theory' met toepassingsgebieden zoals sensor netwerken en gezondheidszorg.
Richard is voorzitter van het UT onderzoekprogramma Industrial Engineering and ICT en van het Twente Graduate School programma Industrial Engineering en mede oprichter van het UT onderzoekscentrum CHOIR (Center for Healthcare Operations Improvement and Research) op het gebied van logistiek in gezondheidszorg.
Richard ziet wiskunde in bijna alles om ons heen: onze telefoon werkt door wiskundige formules, evenals onze computer en televisie. Internet is zonder de wiskundige fundering, de formules die processen in kaart brengen, ondenkbaar. In 2011 was hij voorzitter van het Organisatie Comité van het 47ste Nederlands Mathematisch Congres, campus Universiteit Twente.
Zie ook zijn homepage.

Sneldiagnostiek voor kanker: een wiskundige oplossing voor een maatschappelijk probleem

In 2009 is in Nederland bij ruwweg 540.000 mensen een onderzoek gedaan naar mogelijke kanker. Ongeveer 60.000 gevallen waren positief (dus met diagnose kanker). Bij een patiënt die wacht op diagnose zitten gemiddeld 7 mensen in de directe omgeving ook in de zenuwen. Terugbrengen van de wachttijd van 3 weken naar 1 week is niet alleen van duidelijk psychologisch belang voor de patiënt, maar is ook maatschappelijk en economisch van belang. Reductie van wachttijd betekent immers dat 8 maal 480.000 mensen twee weken minder wachten op een negatieve diagnose, een besparing van 7.7 miljoen onnodige wachtweken (zorgen-maak-weken) per jaar. Tijdens deze wachtweken is de arbeidsproductiviteit bij veel mensen heel erg laag. Bij een arbeidsparticipatie van 25% met gemiddelde weekkosten per persoon van 1000 euro resulteert dit in gemiddeld gederfde arbeid van ruim 1.9 miljard euro per jaar. Sneldiagnostiek voor kanker is een oplossing voor een maatschappelijk probleem. Bij een deel van de oplossing van dit probleem kan wiskunde een belangrijke rol spelen. Deze presentatie gaat in op de mogelijkheden die Operations Research biedt voor de planning van diagnostiek om te komen tot diagnose voor iedereen binnen een week na eerste verwijzing.

12.30 – 13.45  Lunch

13.45 – 14.45  Natasha Maurits, UMC Groningen, afdeling Neurologie

Natasha Maurits, hoogleraar in Groningen, studeerde in 1994 aan de RUG af in applied en numerical mathematics. Volgens Natasha is een voordeel van wiskunde studeren dat je daarna nog makkelijk andere kanten op kunt. Haar afstudeeronderzoek, bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium, ging over de stroming van lucht rond vliegtuigvleugels. Ze promoveerde in 1998 bij de faculteit Scheikunde op Mathematical modelling of complex systems: microphase separation dynamics in polymer liquids. Ze had korte tijd een eigen bedrijfje, maar werkt sinds 1999 op de afdeling klinische neurofysiologie van het UMC Groningen. In juli 2011 werd ze benoemd tot hoogleraar Clinical Neuroengineering bij de Groningse Faculteit Medische Wetenschappen/UMCG. Haar huidige onderzoek richt zich onder andere op het gezonde motorische system, patiënten met bewegingsstoornissen en cognitieve verouderingsprocessen.
Natasha is een overtuigd voorstander van cross-disciplinair onderzoek, ze werkt samen met onderzoekers uit de neurologie, psychologie, fysiologie, informatica en toegepaste wiskunde, zoals ook zichtbaar is in haar publicaties.
Naast haar talrijke werk gerelateerde nevenactiviteiten vindt ze tijd om een boek te schrijven (
From Neurology to Methodology and back, 2011) en te schilderen. Een artikel, voortkomend uit de vakantiecursus 2002 vindt u in het Nieuw Archief voor Wiskunde 5/4 nr. 3, september 2003.
Zie ook haar homepage.

Patiënten in getallen: wiskunde toegepast in de neurologie

Wist u dat beschrijvende statistiek gebruikt kan worden om onderscheid te maken tussen spier- en zenuwziekten? Dat spectraalanalyse toegepast wordt om verschillende vormen van tremor te herkennen? En dat bij het meten van de effecten van veroudering op motoriek differentiaalrekening een belangrijke rol speelt? Dit zijn slechts enkele manieren waarop wiskunde toegepast wordt in de dagelijkse praktijk van een neurologische afdeling in een academisch ziekenhuis. Aan de hand van niet alledaagse voorbeelden die ik bij mijn huidige werkzaamheden in het UMCG tegen ben gekomen, hoop ik u een verrassende en vooral frisse blik op de toepassing van wiskunde te geven.

 


Aanmelden

Hoofdpagina