WINTERSYMPOSIUM 2012
Grootschalig rekenen
en Rekenen in de Gezondheidszorg
Programma
|
09.30 – 10.00 Ontvangst met koffie en thee 10.00 – 11.00
Herman te Riele, CWI
Herman te Riele, onderzoeker bij het Centrum Wiskunde & Informatica,
studeerde in 1970 in Delft af in mathematical engineering. Eveneens in
1970 ging hij bij het CWI (voorheen Mathematisch Centrum) werken.
Hij deed daar ook het onderzoek voor zijn promotie. In januari 1976
promoveerde hij bij de UvA in wiskunde en fysica op A theoretical and computational study of generalized aliquot sequences.
Twee van zijn onderzoeksgebieden zijn `factorization of large numbers'
en `computational aspects of number-theoretical problems'
(onder meer de Riemann hypothese).
Grootschalig rekenen in de getaltheorie
De getaltheorie kent bekende onbewezen beweringen, zoals het vermoeden van Goldbach (elk even getal > 2 kan geschreven worden als de som van twee priemgetallen), en de Riemann hypothese (alle complexe nulpunten van de Riemann zeta functie &zeta(s) liggen op de lijn Re(s)=1/2).
Er is een tijd geweest dat wiskundigen zoals G.H. Hardy (1877-1947) minachtend neerkeken op hen die aan dit soort problemen
gingen rekenen (in Hardy's tijd met potlood en papier) met het doel om meer inzicht te krijgen en daardoor misschien een stap in de richting van een bewijs of een weerlegging ervan te kunnen zetten.
Een andere wiskundige heeft eens het systematisch met een computer zoeken van alle oplossingen van een bepaald probleem vergeleken met het droogleggen van een vijver teneinde daaruit vervolgens alle vissen op te kunnen scheppen.
Niettemin is met de komst van steeds snellere computers die enorm veel saai rekenwerk uit handen kunnen nemen het vakgebied van de "Computationele getaltheorie" ontstaan. Hierin wordt geprobeerd om algoritmen voor allerlei problemen uit de getaltheorie te vinden en/of te verbeteren en met behulp hiervan onze kennis van deze problemen te vergroten. Tegenwoordig worden hierbij allerlei soorten en maten van computers van allerlei prijsklassen ingezet.
In deze voordracht zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden, inclusief toepassingen in de cryptografie, deze ontwikkelingen illustreren.
11.00 – 11.30 Pauze met koffie en thee 11.30 – 12.30
Richard Boucherie, Universiteit Twente
Richard Boucherie, hoogleraar aan de Universiteit Twente, studeerde
in 1988 af in wiskunde (stochastic operations research) en theoretische
natuurkunde (statistical physics) aan de Universiteit Leiden. Hij
promoveerde in 1992 in econometrie op Product-form in queueing
networks bij de VU, Amsterdam. Na drie Post docs (INRIA Sophia Antipolis, CWI
Amsterdam, en Universiteit van Amsterdam) werkt hij sinds 2000 aan
de afdeling Applied Mathematics van de UT. In 2003 werd hij benoemd tot
hoogleraar Stochastic Operations Research aan de UT. Zijn onderzoek richt
zich op `queueing theory' met toepassingsgebieden zoals sensor
netwerken en gezondheidszorg.
12.30 – 13.45 Lunch 13.45 – 14.45
Natasha Maurits, UMC Groningen, afdeling Neurologie
Natasha Maurits, hoogleraar in Groningen, studeerde in 1994 aan
de RUG af in applied en numerical mathematics. Volgens Natasha is een
voordeel van wiskunde studeren dat je daarna nog makkelijk andere kanten
op kunt. Haar afstudeeronderzoek, bij het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaart Laboratorium, ging over de stroming van lucht rond
vliegtuigvleugels. Ze promoveerde in 1998 bij de faculteit Scheikunde op
Mathematical modelling of complex systems: microphase separation dynamics in
polymer liquids. Ze had korte tijd een eigen bedrijfje, maar werkt sinds 1999
op de afdeling klinische neurofysiologie van het UMC Groningen. In juli 2011
werd ze benoemd tot hoogleraar Clinical Neuroengineering bij de Groningse
Faculteit Medische Wetenschappen/UMCG. Haar huidige onderzoek richt zich
onder andere op het gezonde motorische system, patiënten met
bewegingsstoornissen en cognitieve verouderingsprocessen.
Patiënten in getallen: wiskunde toegepast in de neurologie
Wist u dat beschrijvende statistiek gebruikt kan worden om onderscheid te maken tussen spier- en zenuwziekten? Dat spectraalanalyse toegepast wordt om verschillende vormen van tremor te herkennen?
En dat bij het meten van de effecten van veroudering op motoriek differentiaalrekening een belangrijke rol speelt? Dit zijn slechts enkele manieren waarop wiskunde toegepast wordt in de dagelijkse praktijk van een neurologische afdeling in een academisch ziekenhuis. Aan de hand van niet alledaagse voorbeelden die ik bij mijn huidige werkzaamheden in het UMCG tegen ben gekomen, hoop ik u een verrassende en vooral frisse blik op de toepassing van wiskunde te geven.
|