WINTERSYMPOSIUM 2009 

Wiskunde een Kunst

Programma

09.30 – 10.00  Ontvangst met koffie en thee

10.00 – 11.00  Ferdinand Verhulst, Mathematisch Instituut, Universiteit Utrecht

Ferdinand Verhulst is geboren in 1939 te Amsterdam waar hij opgroeide en studeerde in de goede tijd dat negen jaar studie nog gewoon was. Hij werkte een tijd bij de TU Delft, een periode die hem een blijvende interesse in technische problemen gaf. Daarna ging hij naar Utrecht waar hij promoveerde in de wiskunde. Als emeritus hoogleraar dynamische systemen is hij nog steeds een flink aantal dagen per week werkzaam. Hij is redacteur van vier buitenlandse wetenschappelijke tijdschriften, erelid van het KWG, schreef een honderdtal wetenschappelijke artikelen, een aantal boeken (gedeeltelijk samen met collega's) en twee zebra's, namelijk over `chaos', nr. 16, en over `bewijsbaarheid', nr. 26. Naast deze activiteiten begeleidde hij 14 promovendi en richtte in 1985 Epsilon Uitgaven op.

Zie ook: zijn webpagina,
het artikel `Grijze muis of geniale gek?', Nieuw Archief voor Wiskunde, 2001
www.contrechoc.com.

Vruchtbaar misverstand of onverwachte dwarsverbinding?

De kunsthistoricus en beeldende kunstenaar Carel Blotkamp heeft eens beschreven hoe kunstenaars, geïnspireerd door wetenschap die ze half begrepen, interessante kunst maakten (een vruchtbaar misverstand). Op deze manier zijn ook romans ontstaan waarbij een gepassioneerde, maar duidelijk ernstig gestoorde wiskundige een centrale rol speelt. We zullen daar een aantal voorbeelden van bespreken. Daarnaast blijft de boeiende vraag bestaan of wiskunde en poëzie, muziek of beeldende kunst een gemeenschappelijke creatieve basis hebben. Er zijn voorbeelden en analyses die suggereren dat het antwoord bevestigend is (een onverwacht dwarsverband).

11.00 – 11.30  Pauze met koffie en thee

11.30 – 12.30  Aline Honingh, Music Informatics Research Group, City University Londen

Aline Honingh van huis uit natuurkundige, is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over wiskundige structuren in muziek. Op dit moment werkt ze als `research fellow' in de Music Informatics Research Group (MIRG) aan de City University in Londen. Ze zit in het bestuur van de Society for Mathematics and Computation in Music (SMCM) dat opgericht is in 2006 als een internationaal forum voor onderzoekers en musici die werken in het interdisciplinaire gebied tussen muziek, wiskunde en informatica.

Geometrische structuren in muziek: convexe toonladders en gelijkzwevende tori

Hoewel veel mensen gefascineerd zijn door de combinatie van wiskunde en muziek hoor ik vaak: ``Ja, Pythagoras heeft laten zien dat reine intervallen overeen stemmen met kleine getalsverhoudingen, maar wat heeft wiskunde verder dan nog met muziek te maken?'' Het antwoord is ``heel veel'', en om dat te illustreren zal ik in mijn presentatie allereerst een kort overzicht geven van een aantal onderzoeken op het gebied van muziek die allemaal een ander soort wiskunde bevatten. Daarna zal ik dieper ingaan op mijn eigen werk, en zal o.a. uitleggen dat muziek in gelijkzwevende stemming afgebeeld kan worden op een torus, dat toonladders convexe vormen beschrijven, en dat deze resultaten een aantal interessante toepassingen hebben waaronder een muzieknotatie programma.

12.30 – 13.45  Lunch

13.45 – 14.45  Albert van der Schoot, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam

Albert van der Schoot is als kunst- en cultuurfilosoof verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, en als lector Kunst en Reflectie aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten. Aan de Universiteit Antwerpen doceert hij muziekfilosofie. Hij promoveerde op de gulden snede met zijn dissertatie De ontstelling van Pythagoras. Over de geschiedenis van de goddelijke proportie (1998).

De mythe van de gulden snede

Het romantische idee dat de gulden snede deel uitmaakt van het klassieke schoonheidsideaal is hardnekkig, en het werd vijf jaar geleden weer krachtig versterkt bij het verschijnen van het boek van Dan Brown, De Da Vinci Code. Dat boek staat ervoor garant dat de adoratie voor de gulden snede nog wel even zal voortduren, maar eigenlijk betreft dit de aanbidding van een gulden kalf. Want pas in de 19e eeuw kreeg de 'goddelijke proportie' voor het eerst een esthetische functie toebedeeld. De misvatting dat deze verhouding veel zou voorkomen in de natuur, en dat ze als schoonheidsideaal aan de basis zou staan van talrijke klassieke composities in architectuur en schilderkunst, heeft een grote invloed gehad op ons denken over ideale proporties. Het mythologisch karakter van die verering maakt de gulden snede niet minder interessant: als het beeld dat wij ervan hebben dan niet in overeenstemming is met de historische werkelijkheid, hoe is dat beeld dan toch tot stand gekomen? En welke geschiedenis heeft deze verhouding dan vóór de 19e eeuw doorgemaakt?

 

Aanmelden

Hoofdpagina