WINTERSYMPOSIUM 2008 

Wiskundehelden uit de Gouden Eeuw

Programma

09.30 – 10.00  Ontvangst met koffie en thee

10.00 – 11.00  Teun Koetsier

Universitair hoofddocent geschiedenis van de wiskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

Teun Koetsier is universitair hoofddocent geschiedenis van de wiskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Samen met Luc Bergmans redigeerde hij het overzichtwerk: T. Koetsier & L. Bergmans (ed.), Mathematics and the Divine, A Historical Study (Elsevier Science Publishers, 2005). Op dit moment werkt hij aan een boek over de geschiedenis van de bewegingsmeetkunde en kinematica.

Simon Stevin en Windmolens

Simon Stevin (Brugge, 1548 - Den Haag, 1620) vestigde zich in 1581 in Leiden. In de Republiek der Verenigde Nederlanden was Stevin actief als auteur van boeken en als ingenieur. Vanaf 1593 tot aan zijn dood in 1620 in Den Haag speelde hij een rol als militair adviseur van Prins Maurits. In 1582 publiceerde hij de Tafelen van Interest om renteberekeningen makkelijker te maken. In 1585 publiceerde hij De Thiende waarin hij breuken decimaal representeert. In de zestiende eeuw werden de werken van Archimedes in brede kring bekend en Stevin was de eerste die volstrekt nieuwe resultaten toevoegde aan het werk van Archimedes op het gebied van statica en hydrostatica.

In 1586 verschenen De Beghinselen der Weeghconst en De Beghinselen des Waterwichts over respectievelijk statica en hydrostatica. Stevins theoretische beschouwingen zijn altijd geschreven met mogelijke toepassingen in het achterhoofd. In hetzelfde jaar publiceerde Stevin De Weeghdaet over de toepassing van de statica en mogelijk toen al maakte hij een begin met De Waterwichtdaet over de toepassing van de hydrostatica. In Stevins statica vinden we het beroemde clootcransbewijs van de wet van het hellend vlak. Stevin leidde daaruit als eerste de stelling van het parallellogram van krachten af. In Stevins hydrostatica vinden we nieuwe resultaten als de hydrostatische paradox en onder meer een afleiding van de kracht die water op een verticaal vlak uitoefent. Stevin maakte bij het bouwen van windmolens om water uit polders te malen, zowel van de statica als de hydrostatica gebruik.

In de voordracht zal ik na een algemene inleiding in het bijzonder ingaan op de wijze waarop Stevin windmolens ontwierp. We zien daarbij theorie en praktijk verenigd op een wijze die in die tijd uniek was.

11.00 – 11.30  Pauze met koffie en thee

11.30 – 12.30  Jan van Maanen

Hoogleraar didactiek van het wiskundeonderwijs aan de Universiteit Utrecht en directeur van het Freudenthal Instituut

Jan van Maanen werkte vijftien jaar als wiskundeleraar in het voortgezet onderwijs. In die tijd schreef hij ook een proefschrift (1987) over de wiskunde in de Nederlanden in de zeventiende eeuw. Sinds 2006 is hij aan de universiteit Utrecht hoogleraar didactiek van het wiskundeonderwijs en directeur van het Freudenthal Instituut.

Van Schooten en Zonen:een familiebedrijf in wiskunde

De sleutelfiguur in de opbloei van de wiskunde in de Nederlanden in de Gouden Eeuw was de Leidse hoogleraar Frans van Schooten Jr. (1615--1660). Van Schooten maakte de Géométrie van Descartes door een vertaling in het Latijn breed bekend, hij gaf onderwijs, en hij deed samen met een aantal leerlingen baanbrekend onderzoek op het terrein van de analytische meetkunde. Een van zijn leerlingen was Christiaan Huygens, die hij via privéonderwijs en via een intensieve briefwisseling inspireerde. Huygens' werk over kansrekening verscheen als hoofdstukje in de Mathematische Oeffeningen van Van Schooten.

Bij nadere beschouwing blijkt dat ook Frans van Schooten Sr. (1581--1645), de vader van Frans Jr., van grote invloed is geweest. Hij volgde in 1615 Van Ceulen op als docent aan de Leidse Ingenieursschool. Zijn dictaten en lesmethoden waren vernieuwend. Ze zijn maatgevend geweest voor het onderwijs in de praktische wiskunde in Leiden. Frans Jr. heeft voor zijn onderwijs rijkelijk geput uit het werk van zijn vader, en ook zijn halfbroer Pieter (1634--1679) gaf aan de Leidse Academie onderwijs volgens het model van Frans Sr. en Frans Jr.

Een kijkje in de keuken van een familiebedrijf in wiskunde, aan de hand van stukken uit het bedrijfsarchief; met als conclusie dat we de Van Schootens ten onrechte wat uit het oog verloren zijn.

12.30 – 13.45  Lunch

13.45 – 14.45  Fokko Jan Dijksterhuis

Universitair hoofddocent geschiedenis van wetenschap en technologie aan de Universiteit Twente

Fokko Jan Dijksterhuis is universitair hoofddocent geschiedenis van wetenschap en technologie aan de Universiteit Twente. Op dit moment is het VIDI-project 'The Uses of Mathematics in the Dutch Republic' in uitvoering, samen met twee promovendi. Hij publiceerde onder meer Lenses and Waves. Christiaan Huygens and the Mathematical Science of Optics in the Seventeenth Century (Kluwer, 2004).

Christiaan Huygens

In de eerste Gouden Eeuw van de Nederlandse wetenschap neemt Christiaan Huygens (1629-1695) een prominente plaats in. Zijn bijdragen zijn talloos: het slingeruurwerk en de theorie van slingerbeweging, het beginsel van golfvoortplanting, de ontdekking van de maan en ring van Saturnus, botsingswetten, regels 'in spelen van geluck', de kwadratuur van parabolen, het huygense oculair, het 31-toons-stelsel, en ga zo maar door. Wiskunde is wat deze uiteenlopende vondsten bij elkaar brengt. Zeventiende-eeuwse wiskunde om precies te zijn. Want wiskunde, waar 'toegepaste' domeinen een volwaardig onderdeel van vormden, was toentertijd veel breder dan wij tegenwoordig gewend zijn te denken.

Interessant is dat bij Huygens puur, praktisch en 'fysisch' naadloos in elkaar overliepen. Anders dan zijn tijdgenoten is dat je bij hem geen overkoepelende gedachte of richtinggevend programma zult vinden. Het lijkt alsof hij alles oppikte wat zijn belangstelling trok. Ik zal betogen dat er wel degelijk sprake is van een oeuvre. Maar het zou me niets verbazen wanneer Huygens zich bij mijn interpretatie wat ongemakkelijk zou voelen.

 

Aanmelden

Hoofdpagina