KWG Home
Koninklijk Wiskundig Genootschap
wat is het KWG wat doet het KWG word lid van het KWG links

dossier tweede fase

dossier Nederland kennisland

dossier serials crisis

alle dossiers


Dossier: plannen voor de tweede fase havo en vwo

Van de voorzitter

Adelmund's ei

In 1999, daags na pakjesavond, demonstreerden zo'n 15.000 scholieren op het Haagse Malieveld tegen de overladenheid van het studiehuis. De verantwoordelijke staatssecretaris, K. Adelmund, liet zich daar ook even zien. Nadat enkele eieren haar richting waren gegaan sprak zij een zin uit, die grote gevolgen zou hebben, een zin ook, die zij vroeger als voorzitter van de metaalbond ongetwijfeld al vaker ten overstaan van demonstrerende gezelschappen had uitgesproken, namelijk: Ik sta achter jullie. Het gevolg was dat wat er aan eieren restte een andere bestemming kreeg, maar daar bleef het niet bij. Want deze steunbetuiging suggereerde immers ook een nieuwe bestemming voor het laatste ei dat de vaderlandse onderwijshervormingsindustrie had gelegd, sterker, dat de houdbaarheidsdatum daarvan al weer aanstaande was. Na wat politieke verwarring hierover besloot zij tot een revisie van de bovenbouw van het studiehuis. De eerste vrucht hiervan was een nota Continuiteit en Vernieuwing in de tweede fase havo/vwo die Adelmund de tweede kamer in januari 2002 aanbood. De veelal afwijzende reacties hebben op het departement weinig indruk gemaakt, getuige een voorstel van dezelfde strekking, getiteld ‘Ruimte laten en keuzes bieden in de tweede fase havo en vwo’ dat op 6 januari van dit jaar door Adelmund's opvolger, minister M. van der Hoeven werd gepresenteerd (te verkrijgen bij http://www.minocw.nl/tweedefase/ruimte2efase/index.html). Uit het feit dat de minister demissionair is, maken wij op dat ze deze voorstellen niet controversieel acht. Of dat terecht is, de lezer oordele zelf.

Laten we ons daarbij bepalen tot gevolgen voor de twee betaprofielen, ‘Natuur Techniek’ (NT) en ‘Natuur en en Gezondheid’ (NG). Voor het VWO geven deze profielen toegang tot de meeste universitaire beta-opleidngen, waaronder de technische. Voor de HAVO zijn het de overeenkomstige HBO-opleidingen.

Voor de centrale betavakken wiskunde en natuurkunde geven de voorstellen een enigszins verrassende interpretatie aan de verklaarde doelstelling van de overheid in te zetten op een ‘Kenniseconomie’:
- NT-VWO: wiskunde gaat van 760 naar 480 uur, natuurkunde van 560 naar 480 uur
- NG-VWO: wiskunde gaat van 600 naar 480 uur, natuurkunde van 360 naar 0 (nul) uur.
- NT-HAVO: wiskunde gaat van 440 naar 320 uur, natuurkunde van 440 naar 400 uur.
- NG-HAVO: wiskunde blijft 320 uur, natuurkunde gaat van 240 naar 0 (nul) uur.
- Voor beide profielen verdwijnt Algemene Natuurwetenschappen (160 uur).

Volledigheidshalve vermelden we dat voor alle varianten nieuw is het maken van een profielwerkstuk, dat een studielast vertegenwoordigt van 80 uur. Maar daar staat tegenover dat voor deze profielen het beta-vak Algemene Natuurwetenschappen (nu: 200 uur voor het VWO, 160 uur voor het HAVO) verdwijnt.

De afnemers van het aldus afgeleverde produkt, de universiteiten en de HBO-opleidingen, zijn bij de totstandkoming hiervan niet serieus betrokken geweest. Maar voor hen heeft dit natuurlijk wel grote gevolgen. Zo zal een technische opleiding er rekening mee moeten houden dat zijn instromers nagenoeg niets weten van natuurkunde. Het aanvullen van een kennisleemte van enkele maanden vraagt om een flinke extra inspanning van studenten en docenten. Maar de tijd (en trouwens ook het geld) ontbreekt voor bijspijkertracé's van deze omvang, want om een vijfjarige studie te kunnen handhaven hebben die opleidingen zich indertijd verplicht aan zeer hoge (en naar nu wel gebleken is, irreële) rendementseisen te voldoen. De vraag is trouwens of het nog zal lonen, want de belangstelling voor exacte studies is de laatste jaren in ons land dramatisch gedaald. Van dit (typisch nederlandse) verschijnsel zijn gek-genoeg de redenen nooit goed onderzocht, maar het vindt plaats op zo'n schaal dat het bedrijfsleven alarm heeft geslagen en zelfs een deel daarvan overweegt zijn onderzoeksafdelingen in ons land te sluiten en naar elders over te brengen. Aanvaarding van dit voorstel zou van zulke overwegingen wel eens besluiten kunnen maken, maar de minister lijkt niet erg verontrust.

Keren we even terug naar het document zelf. Daarin wordt de huidige situatie omschreven als overladen en versnipperd en dat het gestelde doel is dat te verhelpen. Daarmee is niet alleen alles gezegd over de aanleiding, maar eigenlijk ook alles over de inhoudelijke rechtvaardiging van wat er voor ons ligt. Waarom moet bijvoorbeeld daarom voor NT-VWO het wiskundeprogramma met 37% verminderd worden? Het antwoord hebben we niet kunnen vinden. Misschien is het de hierop betrekking hebbende constatering "beperking is echter nodig", wat braaf opgemerkt is, maar als argument wat armetierig. Elders wordt verklaard dat we het eenvoudig moeten houden: wel wiskunde in alle vier de VWO-profielen (ook die van Economie en Maatschappij en Cultuur en Maatschappij) handhaven, maar dan ook allemaal evenveel: 480 uur, want anders wordt het veel te ingewikkeld met die roosters. We gunnen het de dames en heren roostermakers dat de minister hun werk wat wil ontlasten, maar toch, er blijft een verlangen naar een wat zinniger stelling van prioriteiten.

Als dit voorstel aanvaard wordt, dan zal zijn uiteindelijk lot wel niet veel verschillen van vorige onbezonnen hervormingsexercities van dit ministerie: een plaatsje op de eigen, al indrukwekkende schroothoop van opnieuw uitgevonden wielen. Maar dat is schrale troost, want dan zijn we weer paar jaar kapitaalvernietiging verder, in Euro's en in mensen.

Eduard Looijenga, voorzitter Wiskundig Genootschap

 

 Op- en aanmerkingen zijn welkom: gaarne sturen aan de webmaster (Wieb Bosma)