KWG Home
Koninklijk Wiskundig Genootschap
wat is het KWG wat doet het KWG word lid van het KWG links

dossier tweede fase

dossier Nederland kennisland

dossier serials crisis

alle dossiers



Dossier: plannen voor de tweede fase havo en vwo

Van bachelor naar een eerstegraads lesbevoegdheid

Een VNU-concept voor een Bachelorconvenant (mei 2002) pleit ervoor een aantal bacheloropleidingen van een onderwijsvariant te voorzien door binnen die context een beroepsvoorbereidend traject van ongeveer drie maanden aan te bieden dat leidt tot een tweedegraads lesbevoegdheid in het desbetreffende vak. De aldaar genoemde argumenten zijn sterk en overtuigend, zozeer zelfs, dat die evenzeer spreken - naast andere overwegingen - voor het invoeren van een kort traject van bachelor naar een eerstegraads lesbevoegdheid, het denkbeeld dat deze notitie aanhangig wil maken. Het spreekt dat dit alleen voor een bepaalde groep van bacheloropleidingen zinvol zal zijn, zelfs als we ons tot de bèta-opleidingen zouden beperken. De beoogde en verwachte effecten voor het VWO zijn de volgende:

  • Het leraarschap krijgt een een kwaliteitsimpuls: de academisch gevormde leraar zullen we weer vaker tegen kunnen komen.
  • Uitvoering draagt bij aan het opheffen van het lerarentekort (want dit richt zich op een andere groep dan de HBO lerarenopleidingen).
En interessant voor de studenten en de instellingen:
  • Het geeft een passend beroepsperspectief voor de bachelors.
In de huidige situatie wordt een tweedegraadsbevoegdheid door het HBO verzorgd als een vierjarige opleiding. De eerstegraads bevoegdheid kan hetzij als vervolg op een tweedegraadsopleiding aan een HBO behaald worden, hetzij aan een universiteit via een doctoraalstudie (en binnenkort dus via een Masterstudie). Het verschil in vakinhoudelijk niveau tussen deze twee routes is enorm. Om dat te illustreren aan de hand van de situatie bij het vakgebied dat ondergetekende het beste kent, de wiskunde: een vergelijking van de leerstof laat zien dat drie semesters universitaire wiskundestudie meer omvat en dieper gaat dan het vakinhoudelijk deel van de volledige HBO-opleiding. Dit wordt bevestigd door onze ervaring (hier aan de faculteit Wiskunde en Informatica der UU, maar ook elders) dat studenten met een tweedegraadsbevoegdheid wiskunde op zak in de regel niet als tweedejaars een universitaire wiskundestudie in kunnen stappen. Een vergelijking tussen vier semesters universitaire wiskundestudie en het vakinhoudelijk deel van het HBO-traject naar een eerstegraadsbevoegdheid valt net zo uit. Het lijdt dan ook geen twijfel dat een bachelor in de wiskunde, ongeacht de invulling van het keuzedeel, een diepgaander en bredere kennis van het vak zal hebben dat een HBO-eerstegrader.

Bij een bacheloropleiding leidend tot een eerstegraads lesbevoegheid zou het beroepsvoorbereidend gedeelte als een minor te realiseren zijn, zonodig aangevuld met een kort traject (van hooguit een semester) na de bachelorgraad om dit onderdeel te completeren. We zouden daarmee weer in de buurt komen van de MO-B studie zoals die vroeger als vierjarig tracé aan de universiteiten werd aangeboden en dat brengt ons tot het volgende punt.

Er is een groep getalenteerde jonge mensen voor wie het HBO-curriculum te weinig intellectuele uitdaging biedt, maar voor wie een doctoraalstudie teveel van het goede is. Voor hen was vroeger de universitaire MO-B opleiding ideaal, vandaar dat deze populatie in het verleden veel uitstekende leraren heeft voortgebracht. Er is dan ook reden te geloven dat het verdwijnen van deze opleiding tot gevolg heeft gehad dat er uit deze groep nauwelijks meer leraren worden gerecruteerd. Het Bachelor/Mastermodel biedt de mogelijkheid dit te herstellen, immers een centraal uitgangspunt hiervan is dat bachelors met hun diploma naar de maatschappij moeten kunnen uitstromen. Of ze dat ook werkelijk zullen doen hangt sterk af van het geboden beroepsperspectief. Voor veel bètastudies lijkt dat er nog nauwelijks te zijn, maar het hier verwoorde voorstel is er in ieder geval één, en kan daardoor de eerder genoemde populatie aanspreken. En als het dat blijkt te doen, dan is daarmee niet alleen deze groep, maar ook het VWO een grote dienst bewezen.

Eduard Looijenga, voorzitter Wiskundig Genootschap

 

 Op- en aanmerkingen zijn welkom: gaarne sturen aan de webmaster (Wieb Bosma)